Minder gas uit Groningen – impact energierekening?

Geplaatst op zaterdag 13 juni 2015
Energie vergelijken

Wanneer er minder gas uit Groningen komt, betekend dit dat het gas ergens anders vandaag moet komen en in dit geval is dat het buitenland. Met andere woorden, ondanks de eigen gas voorraad is Nederland door de situatie in Groningen (aardbevingen, verzakkingen etc.) genoodzaakt om gas te importeren. Wat veel mensen niet weten is dat het gas wat uit de bodem wordt gehaald niet een op een uit het fornuis komt, het dient bewerkt te worden. Het gas wat gebruikt wordt voor de ketel en het gasfornuis is een combinatie van aardgas en stikstof. Door de huidige situatie is het noodzakelijk geworden dat er een extra/nieuwe stikstofinstallatie wordt gebouwd. Deze nieuwe stikstofinstallatie is niet goedkoop en de kosten voor een dergelijke installatie zullen worden doorberekend in de transporttarieven, welke terug te vinden zijn op de energierekening. Daarnaast is het importeren van gas natuurlijk duurder dan het gebruik van gas wat in de Nederlandse bodem zit.

Gas is een relatief schoon en milieuvriendelijk product, tenminste als je het gaat vergelijken met bijvoorbeeld steenkool. Gascentrales stoten gemiddeld ruim twee keer minder CO2 uit als een steenkolencentrale bij het opwekken van dezelfde hoeveelheid energie. Gas heeft de potentie om een steeds grotere en belangrijkere rol te spelen bij de overgang naar een betrouwbare, relatief goedkope en milieuvriendelijke energievoorziening. Daarnaast is gas een goed combinatie product met allerlei duurzame vormen van energie zoals bijvoorbeeld windenergie, Zonne energie en energie opgewekt uit water. Het kan namelijk zomaar zo zijn dat de zon niet fel genoeg schijnt of dat de wind niet hard genoeg waait. Wanneer dat het geval is, dan zou gas een mooi redelijke milieuvriendelijk alternatief zijn.

Natuurlijk speelt energie niet alleen op lokaal en landelijk niveau een grote rol, maar ook de steeds machtiger wordende Europese Unie wil hier haar steentje aan bijdrage. Daarom heeft de Europese Commissie onlangs haar plannen gepresenteerd voor een zogenaamde Energie Unie. De plannen voor deze Energie Unie staan niet op zichzelf, maar vormen een duo tezamen met een ambitieus Europees klimaatbeleid. Binnen deze plannen is een belangrijke rol weggelegd voor de toezichthouders, althans dat kan worden opgemaakt uit de woorden van Remko Bos, vicevoorzitter van het Europese samenwerkingsverband van energietoezichthouders (CEER).

Een van de taken van de betreffende toezichthouder is om zich in te zetten voor een energiemarkt welke niet belemmerd wordt door grenzen, waar zowel de afnemers als andere marktpartijen optimale keuzes kunnen maken. Dit alles zou theoretisch gezien niet alleen een scherpe prijs voor energie moeten opleveren, maar ook verschillende partijen de mogelijkheid bieden om de energiemarkt te betreden. Het scheppen van een positief investeringsklimaat is daarom erg belangrijk met betrekking tot het borgen van de leveringszekerheid. Denk hierbij aan de vele voorbeelden nieuwe van energiemaatschappijen/energieleveranciers die de laatste tijd steeds meer van zich laten horen, bijvoorbeeld Oxxio, DONG energie, Energiedirect en Greenchoise.
10 jaar geleden was, volgens Remko Bos, de Nederlandse toezichthouder vooral gericht op Nederland. Nu de Europese integratie steeds meer vorm begint te krijgen, zijn de vraagstukken van Nationaal verschoven naar internationaal/Europees. Dit vereist een betere en steeds gedetailleerdere samenwerking op zowel regionaal als Europees niveau. De oplossing voor vraagstukken kunnen niet meer door een land/regio geleverd worden, maar moeten breed gedragen en geïmplementeerd worden.

Behalve dat het steeds belangrijker wordt wat er op Europees niveau wordt besloten, neemt ook de rol van de consument een steeds grotere vlucht. Zeker wanneer het gaat om de transitie naar duurzame energie, is de rol van de consument niet te onderschatten. Omdat duurzame energie geen constante is, dus niet altijd in gelijke hoeveelheden geproduceerd kan worden, zal dit een stukje flexibiliteit vragen van zowel de producent als zeker ook de consument. De consument kan op het gebied van flexibiliteit bijdragen door bijvoorbeeld proberen energie te besparen op tijdstippen dat het energienetwerk zwaar wordt belast. De toezichthouder kan de consument hierover informeren en helpen/bijstaan. Een van de manieren waarop dat zou kunnen is door transparantie te geven over de kosten en de tarieven. Daarnaast kan het inzichtelijk maken van de voordelen van besparingen ook helpen. Aan kan van het energie aanbod, zal de rol van electriciteitsopslag steeds belangrijker worden om de flexibiliteit te vergroten.

Conclusie
We zijn er nog lang niet met betrekking tot duurzame energie maar de markt is volop in beweging. Dit komt mede door de initiatieven welke door zowel de Europese Unie als de energiebedrijven worden ontplooid.

1x1.transMinder gas uit Groningen   impact energierekening?