De Nederlandse Tweede Kamer heeft ingestemd met een ingrijpende hervorming van box 3. Vanaf 1 januari 2028 wordt het werkelijke rendement op sparen en beleggen belast tegen 36%.
Daarbij gaat het niet alleen om ontvangen rente, dividend of huur, maar ook om jaarlijkse waardestijgingen van aandelen, obligaties en cryptoactiva die nog niet zijn verkocht. Over de goedkeuring in de Kamer werd ook bericht in dit verslag. De maatregel moet nog wel door de Eerste Kamer.
Met de Wet werkelijk rendement box 3 verdwijnt het oude stelsel van fictieve rendementen. Dat systeem lag al langer onder vuur nadat de Hoge Raad vanaf eind 2021 oordeelde dat belasting heffen op veronderstelde opbrengsten in strijd kon zijn met eigendomsrechten en het discriminatieverbod.
Ook latere tijdelijke oplossingen hielden juridisch geen stand. Volgens de aangehaalde bronnen liep de schatkist door die vertraging jaarlijks miljarden mis. Dat vergrootte de druk om een nieuw en uitvoerbaar model te kiezen.
De nieuwe opzet maakt onderscheid tussen vermogensaanwas en vermogenswinst. Voor beursgenoteerde beleggingen, spaargeld en crypto geldt een jaarlijkse heffing over de waardeontwikkeling tussen begin en einde van het jaar, ongeacht of er is verkocht.
Voor vastgoed en aandelen in kwalificerende startups geldt juist een aanpak waarbij de waardestijging pas bij verkoop wordt belast. Reguliere inkomsten uit die bezittingen, zoals dividend of huur, tellen wel elk jaar mee.
Voor particuliere beleggers zit het gevoeligste punt vooral bij liquiditeit. Wie op papier winst maakt in bitcoin, ether of aandelen, kan belasting verschuldigd zijn zonder dat daar cash tegenover staat.
Daalt de markt daarna weer, dan verandert dat niets aan de eerdere aanslag. Wel bevat het voorstel een vrijstelling voor een jaarlijks rendement tot €1.800 en een onbeperkte voorwaartse verliesverrekening voor nettoverliezen boven €500.
Daarmee raakt dit dossier ook aan een bredere Europese context voor crypto. Terwijl de EU met MiCA werkt aan een uniformer kader voor digitale activa, worden nationale belastingregels juist strenger en minder gelijkgetrokken. Wie dat bredere speelveld wil plaatsen, vindt extra context in deze uitleg van de MiCA-regelgeving.
De Nederlandse aanpak oogt binnen Europa relatief ongebruikelijk, omdat veel landen vermogenswinsten pas belasten bij realisatie. In de parlementaire behandeling klonk dan ook dat meerdere voorstemmende partijen deze vorm van belasting op ongerealiseerde winsten niet als ideale eindoplossing zien.
Tegelijk werd een amendement aangenomen om de evaluatie niet pas na vijf, maar al na drie jaar te doen. Zo kan sneller worden bijgestuurd als de uitvoering of de economische effecten tegenvallen.
Er zijn ook signalen dat Den Haag op termijn een alternatief op basis van uitsluitend gerealiseerde winsten open wil houden. Volgens de referenties vroeg een parlementaire meerderheid het volgende kabinet om uiterlijk rond Prinsjesdag 2028 met zo’n alternatief te komen.
Dat onderstreept dat de huidige wet voor veel politici vooral een juridisch en budgettair antwoord is op het wegvallen van het oude box 3-stelsel. Niet per se het laatste woord in het debat.
Voor de cryptomarkt zelf verandert de stemming in Den Haag niets aan de Europese handelsstructuur. Maar voor binnenlandse beleggers kan ze wel meewegen in hoe zij omgaan met volatiliteit, winstnemingen en posities rond de jaarwisseling.
In een markt waar koerssprongen rond de jaarwisseling groot kunnen zijn, krijgt de bitcoin price voor Nederlandse box 3-bezitters daarmee ook een fiscale dimensie. Hetzelfde geldt voor de ethereum price, zeker omdat grote papieren winsten onder het nieuwe regime sneller kunnen uitmonden in een belastingclaim zonder verkoopmoment.
Critici waarschuwen dat zo’n systeem vermogende beleggers ertoe kan aanzetten hun fiscale woonplaats te heroverwegen, al blijft onduidelijk hoe groot dat effect in de praktijk zal zijn. Referenties over andere Europese landen noemen voorbeelden van hogere vermogensheffingen, discussies over exit taxes en toenemende aandacht voor financiële transparantie, maar die vergelijkingen zijn niet één op één toepasbaar op Nederland.
Feit blijft vooral dat de Nederlandse wet, als ook de Senaat instemt, een van de scherpste vormen van jaarlijkse belasting op papieren beleggingswinsten in Europa zou invoeren.





